Braadworstje

Met linzen, bloemkool en appel.

Ingredienten

  • 3 el boter

  • 2 rode uien, in ringen

  • 3 appels, in plakken

  • 1 bloemkool

  • 250 g bruine linzen

  • 750 ml kippenbouillon

  • 4 braadworstjes

  • 2 el grove mosterd

Verwarm 2 el boter in een braadpan. Fruit ¾ van de ui zacht, doe ¾ van de appel erbij en bak het geheel nog 2-3 minuten.

Snijd de bloemkool in piep- en piepkleine roosjes, snijd telkens het stronkje van de bloemkoolbladeren eruit en snijd het overgebleven (gewassen) blad in dunne reepjes.

Week de rest van de ui in ijskoud water. Was de linzen zorgvuldig. Voeg de linzen met de bloemkoolroosjes en de bouillon toe en laat het geheel, met de deksel op de pan, op een laag vuur 30 minuten garen.

Verhit de rest van de boter in een koekenpan en braad hierin de worstjes, afgedekt, in 25 minuten goudbruin, keer de worstjes af en toe. Laat de laatste 5 minuten de rest van de appels meebakken met de worstjes.

Laat het fijngesneden bloemkoolgroen 1 minuut meewarmen met de linzen. Serveer de linzen met de worstjes, de geweekte uiringen en een flinke lik mosterd en bestrooi met fijngemalen peper.

Eet smakelijk!

4 personen40 min